Staat ge open voor Gods verrassingen

8-10-2018 Staat ge open voor Gods verrassingen of bent ge een christelijke functionaris?
Wat Jezus tot Zijn Kerk zegt

Jezus zegt tot Zijn Kerk: “wat ge meer mocht besteden zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden”. Dit zegt paus Franciscus in zijn homilie, en hij vraagt: “staat ge open voor Gods verrassingen of bent ge een christelijke functionaris?”

In zijn commentaar bij de parabel van de Goede Samaritaan (cf Lc 10, 25-37), doet de paus opmerken dat de priester en de leviet “de andere kant” opgaan wanneer zij de man zien die halfdood op de weg ligt. Deze twee “functionarissen” denken dat het hen niet aangaat, terwijl de Samaritaan, “een zondaar, geëxcommuniceerd door het volk van Israël”, “door medelijden bewogen was”.

Hij “kijkt niet op zijn uurwerk, hij denkt niet aan het bloed. Hij komt naderbij – hij daalt af van zijn ezel – en verbindt de wonden … hij maakt zijn handen vuil, hij maakt zijn kleren vuil. Daarna tilt hij hem op zijn rijdier … vuil, bebloed … en zorgt voor hem. Hij zei niet: “ik laat hem hier, roep de dokter, ik ben weg, ik heb mijn deel gedaan”. Nee. “Hij zorgt”, alsof hij zegt: “nu bent ge van mij, niet als bezit, maar om u te dienen”. Hij was geen functionaris, hij was een man met een hart, een man met een open hart”.

De paus stond ook stil bij het personage van de herbergier, die ermee akkoord gaat de man op te nemen en de terugkeer van de Samaritaan af te wachten voor de rest van het geld. “Geen van beiden waren functionarissen.” “Bent ge christen? Bent ge een christin? – Ja, ja, ik ga ’s zondags naar de mis en ik probeer te doen wat rechtvaardig is … behalve kwaadspreken want dat doe ik graag, maar de rest doe ik goed. – Maar bent ge open? Staat ge open voor Gods verrassingen of bent ge een christelijke functionaris, gesloten? – Dat is wat ik doe, ’s zondags naar de mis gaan, te communie gaan, een keer per jaar biechten, dit en dat … ik ben in regel.” Dat zijn christelijke functionarissen, zij die niet open staan voor Gods verrassingen, die veel weten over God maar God niet ontmoeten. Zij die zich nooit verwonderen over een getuigenis. Of eerder: zij zijn niet in staat getuigenis te geven.

De paus nodigt “leken en herders” uit zich de vraag te stellen of zij open christenen zijn “voor Gods verrassingen die ons zo dikwijls, zoals deze Samaritaan, in moeilijkheden brengen”.

“In deze passage ligt heel het Evangelie”, besluit de paus: “Ieder van ons is die man daar, gewond, en de Samaritaan dat is Jezus. Hij heeft onze wonden genezen. Hij is naderbij gekomen. Hij heeft voor ons gezorgd. Hij heeft voor ons betaald. En Hij zegt tot Zijn Kerk: “wat ge meer mocht besteden zal ik u bij mijn terugkomst vergoeden”.

Terug naar overzicht
By | 2018-10-15T21:03:43+00:00 9 oktober 2018|Woord van de paus|0 Comments