Trouwen een weg van het ik naar het wij

Trouwen betekent een weg afleggen van het ik naar het wij

In zijn catechese over de Tien Geboden tijdens de algemene audiëntie van woensdag 31 oktober 2018 sprak de paus over het de gebod: geen echtbreuk plegen.

Geliefde broers en zussen goedendag!

Vandaag wil ik de catechese over het zesde gebod – Geen echtbreuk plegen – vervolledigen door stil te staan bij het feit dat de trouwe liefde van Christus het licht is om de schoonheid van het menselijke gevoelsleven te beleven. Immers, ons gevoelsleven is een roeping tot liefde die zich vertaalt in trouw, ontvankelijkheid en barmhartigheid. Dat is heel belangrijk. Hoe wordt liefde zichtbaar? Door trouw, ontvankelijkheid en barmhartigheid.

Huwelijkstrouw

We mogen natuurlijk niet vergeten dat dit gebod uitdrukkelijk gaat over de huwelijkstrouw. Het is dus aangewezen dieper na te denken over zijn echtelijke betekenis. De lezing uit de brief van Sint-Paulus is revolutionair!
Vanuit de antropologie van die tijd zeggen dat de man zijn vrouw moet liefhebben zoals Christus de Kerk bemint, dat is een revolutie! Wellicht is dit het meest revolutionaire dat in die tijd over het huwelijk werd gezegd.
Altijd in het perspectief van de liefde. We kunnen ons de vraag stellen: voor wie is dit gebod van de trouw bedoeld? Alleen voor de gehuwden? Eigenlijk is dit gebod voor allen. Het is een vaderlijk woord van God, gericht tot elke man en vrouw.

Het parcours van de liefde

We moeten ons herinneren dat de weg van de menselijke groei het parcours van de liefde zelf is dat gaat van zorg ontvangen naar de vaardigheid om zorg te bieden; van het leven ontvangen naar de vaardigheid om leven te schenken. Volwassen mannen en vrouwen worden, wil zeggen: ertoe komen een echtelijke en ouderlijke houding te beleven die zich uit door in verschillende levensomstandigheden de vaardigheid te ontwikkelen om de last van een ander op zich te nemen en hem/haar te beminnen zonder dubbelzinnigheid. Het gaat dus om een omvattende houding van de persoon die in staat is de werkelijkheid te aanvaarden en met anderen tot een diepe relatie te komen.

De weg van het ik naar het wij

Wie is dus de overspelige, de ontuchtige, de ontrouwe? Dat is een onvolwassen persoon die zich vastklampt aan het eigen leven en elke situatie benadert in functie van het eigen welzijn en de eigen voldoening.
Dus, om te trouwen volstaat het niet een huwelijk te sluiten! Het komt erop aan een weg af te leggen van het ik naar het wij, van alleen denken naar met twee denken, van alleen leven naar leven met twee.
Dat is een hele weg, een mooie weg. Wanneer we ertoe komen los te raken van het eigen ik, dan krijgt elke daad een echtelijk karakter. Dan werken we, spreken we, beslissen we, ontmoeten we anderen vanuit een houding van ontvankelijkheid en offerbereidheid.

Geen aspiranten voor de priesterrol

Elke christelijke roeping – we verruimen nu het perspectief – is in die zin echtelijk. Het priesterschap is zo omdat het de roeping is, in Christus en in de Kerk, de gemeenschap te dienen met alle gevoel, concrete zorg en wijsheid die de Heer schenkt. De Kerk heeft geen baat bij aspiranten voor de priesterrol – neen, zij dienen tot niets, het is beter dat ze thuisblijven – wel zijn mannen nodig van wie de Heilige Geest het hart beroert met een liefde zonder voorbehoud voor de bruid van Christus.
Door het priesterschap bemint men het volk van God met de vaderliefde, de tederheid en de kracht van een bruidegom en vader.
Op dezelfde wijze beleeft men de gewijde maagdelijkheid in Christus met trouw en vreugde als een bruidsrelatie, vruchtbaar in moederliefde en vaderliefde.

Elke christelijke roeping is echtelijk

Ik herhaal het: elke christelijke roeping is echtelijk, omdat zij de vrucht is van de liefdesband waarin wij allen zijn herboren, de liefdesband met Christus, zoals de lezing uit Sint-Paulus ons aan het begin in herinnering heeft gebracht. Vanuit zijn trouw, vanuit zijn tederheid, vanuit zijn edelmoedigheid kijken we vol geloof naar het huwelijk en naar elke roeping en verstaan we de volle betekenis van de seksualiteit.

Bestemd om lief te hebben

Elk menselijk schepsel, in zijn onverbreekbare eenheid van geest en lichaam en in zijn mannelijke en vrouwelijke polariteit, is heel goed en bestemd om lief te hebben en bemind te worden.
Het menselijke lichaam is geen genotsmiddel, maar de vindplaats van onze roeping tot liefde.
In de waarachtige liefde is geen ruimte voor ontucht en oppervlakkigheid. Mannen en vrouwen verdienen meer dan dit!

Als besluit: het gebod Geen echtbreuk plegen richt ons, ook al is het negatief verwoord, op onze oorspronkelijk roeping tot volle en trouwe echtelijke liefde die Jezus Christus ons heeft geopenbaard en geschonken (cf. Rom 12,1).

Terug naar overzicht
By | 2018-11-06T20:39:40+00:00 1 november 2018|Woord van de paus|0 Comments