Uitnodiging tot zachtmoedigheid en barmhartigheid

3-3-2019 Angelus – Uitnodiging tot zachtmoedigheid en barmhartigheid

“Spreek ik kwaad over anderen? (…) Zie ik gemakkelijker de gebreken van de anderen dan de mijne?” Na deze vragen stelt paus Franciscus wat dit betreft, voor: “Proberen wij op zijn minst ons een beetje te bekeren: het zal iedereen goed doen”.
De paus gaf naar gewoonte commentaar bij het Evangelie van deze zondag, waarin Christus deze vraag stelt: “kan soms de ene blinde de andere blinde leiden?”.
En hij nodigt uit tot wijsheid, vooral wie verantwoordelijkheid draagt in de opvoeding: “Zo trekt Jezus de aandacht van wie verantwoordelijkheid draagt op het vlak van de opvoeding of van wie gezag uitoefent: zielenherders, het openbaar gezag, wetgevers, onderwijzers, ouders, en roept hen nadrukkelijk op zich bewust te zijn van hun delicate rol en steeds de juiste weg te vinden om mensen te leiden”.
De paus onthult de bekoring van “toegeeflijkheid” voor zichzelf en “hardheid” voor anderen: “Het is altijd nuttig anderen met wijze raad te helpen, waar terwijl wij de fouten van onze buur observeren en verbeteren, moeten wij ook beseffen dat wij fouten hebben”.
Paus Franciscus nodigt uit tot “een houding van zachtmoedigheid en barmhartigheid” om “oprechte, nederige en rechtvaardige” mensen te zijn.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De Evangeliepassage van vandaag presenteert korte parabels, waarmee Jezus aan Zijn leerlingen de weg wil wijzen om goed te leven. Met deze vraag: “kan soms de ene blinde de andere blinde leiden?” (Lc 6,39), wil Hij benadrukken dat een leider niet blind mag zijn, maar goed moet zien, dat wil zeggen dat hij de wijsheid moet bezitten om anderen met wijsheid te leiden, anders riskeert hij de personen die vertrouwen in hem stellen, te benadelen. Zo trekt Jezus de aandacht van wie verantwoordelijkheid draagt op het vlak van de opvoeding of wie gezag draagt: zielenherders, het openbaar gezag, wetgevers, onderwijzers, ouders, en roept hen nadrukkelijk op zich bewust te zijn van hun delicate rol en steeds de juiste weg te vinden om mensen te leiden.

En Jezus gebruikt een wijze uitspraak waarmee Hij zichzelf aanwijst als voorbeeld van een meester en leider: “De leerling staat niet boven zijn meester; maar hij zal ten volle gevormd zijn als hij is gelijk zijn meester” (v. 40). Het is een uitnodiging om Zijn voorbeeld en onderricht te volgen teneinde veilige en wijze leiders te zijn. En dit onderricht ligt bijzonder vervat in de Bergrede, die de liturgie ons binnen drie zondagen zal aanbieden in het Evangelie, wijzend op een houding van zachtmoedigheid en barmhartigheid om oprechte, nederige en rechtvaardige mensen te zijn. In de passage van vandaag, vinden wij een andere belangrijke zin, die oproept niet zelfingenomen of hypocriet te zijn. Hij zegt: “Waarom kijkt ge naar de splinter in het oog van uw broeder en waarom slaat ge geen acht op de balk in uw eigen oog?” (v. 41). Hoe dikwijls – wij weten het allemaal – is het gemakkelijker of gerieflijker de gebreken en zonden van iemand anders te onderscheiden en te veroordelen zonder de onze met evenveel scherpzinnigheid te kunnen zien? Wij verbergen onze fouten altijd, ook voor onszelf; de gebreken van anderen zien we integendeel gemakkelijk. Het is een bekoring toegeeflijk te zijn voor zichzelf – “een wijde mouw” voor zichzelf te hebben – en hard voor anderen. Het is altijd nuttig anderen met wijze raad te helpen, maar terwijl wij de fouten van onze buur observeren en verbeteren, moeten wij ook beseffen dat wij fouten hebben. Als ik denk er geen te hebben, mag ik anderen niet veroordelen noch verbeteren. Wij hebben allemaal gebreken, allemaal. Wij moeten er bewust van zijn en vooraleer anderen te veroordelen, moeten wij naar onszelf kijken. Dan kunnen wij geloofwaardig en nederig handelen en van liefde getuigen.

Hoe kunnen wij begrijpen of ons oog vrij is of verstopt door een balk? Het is nog steeds Jezus die het ons zegt: “Er bestaat geen goede boom die zieke vruchten voortbrengt en evenmin een zieke boom die goede vruchten voortbrengt. Een boom kent men immers aan zijn vruchten” (vv. 43-44). Vruchten, dat zijn daden maar ook woorden. De kwaliteit van de boom herkent men ook aan de woorden. Inderdaad, wie goed is, haalt het goede uit zijn hart en mond, en wie slecht is, het boze, door het meest schadelijke te doen dat onder ons gebeurt: roddelen, kwaadspreken. Dat vernietigt, het vernietigt het gezin, de school, het werkmilieu, de wijk. Oorlog begint met de tong.

Denken wij even na over dit onderricht van Jezus en stellen wij ons de vraag: spreek ik kwaad over anderen? Probeer ik de anderen steeds te bekladden? Zie ik gemakkelijker de gebreken van anderen dan de mijne? Proberen wij op zijn minst ons een beetje te verbeteren: dat zal iedereen goed doen. En vragen wij de hulp en de voorspraak van Maria om de Heer op deze weg te volgen.

Terug naar overzicht
By |2019-03-10T21:47:26+01:00 3 maart 2019|Woord van de paus|0 Comments