Voelen dat wij een Vader hebben

9-1-2019 Audiëntie – Voelen dat wij een Vader hebben

God is “Vader”: “zo een mooi woord om uit te spreken. We kunnen heel onze gebedstijd alleen doorbrengen met dit woord: “Vader”, zo leidt paus Franciscus de catechese over het Onze Vader in. “Voelen dat wij een Vader hebben: geen baas of schoonvader, nee, een vader. Een christen richt zich vooreerst tot God als tot zijn Vader.”
Paus Franciscus legt uit dat “Jezus doet begrijpen dat God altijd antwoordt, dat geen enkel gebed zonder antwoord blijft. Waarom? Omdat Hij Vader is en Zijn kinderen die lijden, niet vergeet”. En, zo zegt hij nog, “u hebt allemaal die ervaring, wanneer uw kind het vraagt, geeft ge hem het eten dat hij vraagt, voor zijn welzijn”.
Toch lijkt het soms dat het gebed zonder resultaat blijft, “dat ervaren wij allemaal”, preciseert de paus die uitnodigt een absoluut vertrouwen te hebben: “Wij mogen zeker zijn dat God antwoordt … De enige onzekerheid is te wijten aan de tijd, maar twijfelen wij er niet aan dat Hij zal antwoorden … Niets is zekerder dan dit: het verlangen naar geluk dat wij allemaal in ons hart dragen, zal zich ooit voltrekken”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

De catechese van vandaag verwijst naar het Evangelie volgens Lucas. Het is trouwens vooral dit Evangelie, dat beginnend met de kindsheidverhalen, de persoon van Christus beschrijft in een sfeer van innig gebed. Er staan drie hymnen in die iedere gebedsdag van de Kerk ritmeren: het Benedictus, het Magnificat en het Nunc dimitis.

In deze catechese over het Onze Vader zien wij Jezus bidden. Jezus bidt. In het verhaal volgens Lucas bijvoorbeeld, welt het gebeuren van de transfiguratie op uit een gebedsmoment. Hij zegt dit: “Terwijl Hij in gebed was, veranderde zijn gelaat van aanblik en werden zijn kleren verblindend wit” (9,29). Maar elke stap in het leven van Jezus wordt als het ware gedreven door de adem van de Geest die Hem bij al Zijn daden leidt. Jezus bidt bij het doopsel in de Jordaan, Hij spreekt met Zijn Vader voor Hij belangrijke beslissingen neemt, Hij trekt zich dikwijls in eenzaamheid terug om te bidden, Hij spreekt ten beste voor Petrus die Hem weldra zal verloochenen. Hij zegt dit: “Simon, Simon, weet dat de satan heeft geëist u allen te ziften als tarwe. Maar Ik heb voor u gebeden dat uw geloof niet zou bezwijken” (Lc 22,31-32). Het is een troost te weten dat Jezus voor ons bidt, voor mij bidt, voor ieder van ons, opdat ons geloof niet zou bezwijken. En het is waar. “Maar, vader, doet Hij dat nog?” Hij doet dat nog, bij Zijn Vader. Jezus bidt voor mij. Dat kan ieder van ons zeggen. En wij mogen ook tot Jezus zeggen: “Gij bidt voor mij, blijf bidden want ik heb het nodig”. Zeggen wij het moedig.

Zelfs de dood van de Messias is ondergedompeld in een sfeer van gebed, zodanig dat de uren van de passie een verrassende rust lijken te kennen: Jezus troost de vrouwen, Hij bidt voor wie Hem kruisigen, Hij belooft het paradijs aan de goede moordenaar en Hij sterft met de woorden: “Vader, in uw handen beveel Ik mijn geest” (Lc 23,46). Het gebed van Jezus lijkt de hevigste gevoelens te verzachten, verlangens van wraak en weerwraak, het verzoent de mens met zijn verwoede vijand, het verzoent de mens met de vijand die de dood is.

Nog steeds in het Evangelie van Lucas, vinden wij de vraag die uitgesproken wordt door één van de leerlingen, dat Jezus zelf hen leert bidden. Hij zegt: “Heer, leer ons bidden” (Lc 11,1). Zij zagen Hem bidden. “Leer het ons – ook wij kunnen dit tot de Heer zeggen – Heer, Gij bidt voor mij, ik weet het, maar leer mij bidden, zodat ook ik zou kunnen bidden.”

Door deze vraag – “Heer, leer ons bidden” – ontstaat een tamelijk uitgebreid onderricht, waarmee Jezus aan Zijn leerlingen uitlegt met welke woorden en gevoelens zij zich tot God moeten richten.

Het eerste deel van dit onderricht is precies het Onze Vader. Bid zo: “Vader”. “Vader”: zo een mooi woord om uit te spreken. We kunnen heel onze gebedstijd doorbrengen met dit woord alleen: “Vader”. En voelen dat wij een Vader hebben: geen baas of schoonvader, nee, een vader. Een christen richt zich vooreerst tot God als tot zijn Vader.

In dit onderricht dat Jezus aan Zijn leerlingen geeft, is het interessant stil te staan bij enkele instructies die de tekst van het Onze Vader bekronen. Om ons vertrouwen te geven, legt Jezus sommige dingen uit. Zij insisteren op de houdingen van een gelovige die bidt. Er is bijvoorbeeld de parabel van de vriend die ongelegen komt, die een heel gezin komt storen dat slaapt. Iemand komt onverwacht terug van een reis en er is geen brood om hem aan te bieden. Wat zegt Jezus van degene die aan de deur klopt en zijn vriend wakker maakt: “Ik zeg u, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat hij zijn vriend is, zal hij toch opstaan en hem geven al wat hij nodig heeft, om zijn onbescheiden aandringen” (Lc 11,8). Hij wil ons zo leren bidden en insisteren bij het bidden.

Dadelijk nadien geeft Hij het voorbeeld van een vader met een zoon die honger heeft. Gij allemaal, vaders en grootvaders, die hier bent, wanneer uw zoon of kleinzoon iets vraagt, honger heeft en iets vraagt, vraagt en weent, roept dat hij honger heeft: “Is er soms onder u een vader die aan zijn zoon … als hij om vis vraagt, hem in plaats van vis een slang zal geven?” (cf v. 11). U hebt allemaal die ervaring, wanneer uw kind het vraagt, geeft ge hem het eten dat hij vraagt, voor zijn welzijn.

Door deze woorden, laat Jezus begrijpen dat God altijd antwoordt, dat geen enkel gebed zonder antwoord blijft. Waarom? Omdat Hij Vader is en Zijn kinderen die lijden niet vergeet.

Zeker, deze uitspraken stellen ons in vraag, want het lijkt dat vele van onze gebeden geen enkel resultaat hebben. Hoe dikwijls hebben wij iets gevraagd zonder iets te krijgen – wij hebben die ervaring allemaal – hoe dikwijls hebben wij aangeklopt en een gesloten deur gevonden? In die ogenblikken, beveelt Jezus ons aan te insisteren en ons niet gewonnen te geven. Gebed transformeert de werkelijkheid altijd, altijd. Als het de dingen rondom ons niet verandert, dan verandert het tenminste ons, ons hart verandert. Jezus heeft de gave van de Heilige Geest beloofd aan alle mannen en vrouwen die bidden.

Wij kunnen zeker zijn dat God zal antwoorden. De enige onzekerheid is te wijten aan de tijd, maar twijfelen wij er niet aan dat Hij zal antwoorden. Misschien moeten wij heel ons leven aandringen, maar Hij zal antwoorden. Hij heeft het ons beloofd: Hij is niet als een vader die een slang geeft in plaats van vis. Niets is zekerder dan dit: het verlangen naar geluk dat wij allemaal in ons hart dragen, zal zich ooit voltrekken.

Jezus zegt: “Zou God dan geen recht verschaffen aan zijn uitverkorenen, die dag en nacht tot Hem roepen en naar wie Hij genadig luistert?” (Lc 18,7). Ja, Hij zal recht verschaffen, Hij zal ons horen. Wat een dag van glorie en verrijzenis zal dat zijn! Van nu af overwint gebed eenzaamheid en wanhoop. Bidden. Gebed verandert de werkelijkheid, vergeten wij dat niet. Het verandert de dingen of het verandert ons hart, maar het verandert altijd iets. Gebed is van nu af de overwinning op eenzaamheid en wanhoop. Wij zien fragmenten van de geschiedenis en vatten dikwijls het waarom ervan niet. Maar de geschiedenis is in beweging, zij is op weg en op het einde van de weg, wat is er op het einde van de weg? Op het einde van het gebed, op het einde van een gebedstijd, op het einde van het leven, wat is daar? Er is een Vader die altijd wacht en die iedereen verwacht met wijd open armen. Laat ons naar die Vader kijken.

Terug naar overzicht
By |2019-01-18T12:07:40+01:00 11 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments