Ware vrijheid is veel meer dan doen wat men graag doet

12-9-2018 Audiëntie – Ware vrijheid is veel meer dan doen wat men graag doet

“Doen wat men graag doet, volstaat niet om echt vrij te zijn, en nog minder om gelukkig te zijn. Ware vrijheid is veel meer”, insisteert paus Franciscus in deze catechese: ware vrijheid is “echte liefde” die “onthecht maakt aan bezit … relaties weer opbouwt … de naaste weet op te vangen en naar waarde te schatten … iedere vermoeidheid omvormt tot een blije gave en bekwaam maakt om gemeenschap te vormen.”
Paus Franciscus gaat verder met zijn catechese over de Tien Geboden en komt, zoals vorige zondag, terug op de zondagsrust die “het einde van de slavernij gedenkt”. Hij legt de vinger op “een slavernij die meer ketent dan een gevangenis, meer dan een paniekaanval, meer dan het opdringen van eender wat: namelijk de slavernij aan zijn ego”.
“Het ego kan een beul worden die de mens, waar ook, mishandelt en hem de diepste verdrukking doet ondergaan, die men “zonde” noemt, wat niet de banale overtreding van een wet is, maar het  mislukken van het leven en een toestand van slavernij”, benadrukt de paus. Zo is “een echte slaaf”, “iemand die niet in staat is lief te hebben”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

In de catechese van vandaag komen wij terug op het derde gebod, op de rustdag. De Decaloog die in het boek Exodus afgekondigd wordt, wordt in het boek Deuteronomium op bijna identiek dezelfde manier hernomen, uitgezonderd het Derde Woord, waar een waardevol verschil naar voor komt: terwijl in Exodus, de zegening van de schepping het motief is voor de rust, herdenkt Deuteronomium daarentegen het einde van de slavernij. Op die dag moet een slaaf rusten, zoals zijn meester, om de herdenking te vieren van het Pasen van de bevrijding.

Slaven mogen namelijk per definitie niet rusten. Maar er bestaan vele soorten slavernij, zowel uiterlijke als inwendige. Er bestaan uitwendige verplichtingen zoals verdrukking, levens die in beslag genomen worden door geweld en andere vormen van onrechtvaardigheid. Er bestaan vervolgens inwendige gevangenissen, bijvoorbeeld psychologische blokkades, complexen, karakteriële en andere beperktheden. Bestaat rust in dergelijke omstandigheden? Kan een geïsoleerde en onderdrukte mens ondanks alles vrij blijven? En kan een mens die gekweld wordt door innerlijke moeilijkheden, vrij zijn?

Inderdaad, er zijn mensen die alhoewel zij in de gevangenis zijn, over een grote geestesvrijheid beschikken. Denken wij bijvoorbeeld aan de heilige Maximiliaan Kolbe, of aan kardinaal Van Thuan, die ellendige onderdrukking hebben getransformeerd tot een oord van licht. Er zijn tevens mensen die getekend zijn door grote innerlijke kwetsbaarheid en toch de rust van de barmhartigheid kennen en ze kunnen overdragen. Gods barmhartigheid bevrijdt ons. En wanneer ge de barmhartigheid van God ontmoet, dan hebt ge grote innerlijke vrijheid en bent ge ook in staat om ze over te dragen. Daarom is het zo belangrijk zich voor Gods barmhartigheid open te stellen om niet zijn eigen slaaf te zijn.

Wat is dan die ware vrijheid? Is ze gelegen in de vrijheid om te kiezen? Dat is zeker een deel van de vrijheid, en wij spannen ons in opdat ze voor elke man en vrouw zou gewaarborgd worden (cf. Vat. II, Past. Const. Gaudium et spes, 73). Doch wij weten goed dat, doen wat men graag doet, niet volstaat om echt vrij te zijn, en nog minder om gelukkig te zijn. Ware vrijheid is veel meer.

Er is namelijk een slavernij die meer ketent dan een gevangenis, meer dan een paniekaanval, meer dan het opdringen van eender wat: namelijk de slavernij aan zijn ego (1). Mensen die zich heel de dag in de spiegel bekijken om hun ego te zien. En het ego is veel groter dan het lichaam. Zij zijn slaaf van hun ego. Het ego kan een beul worden dat de mens, waar ook, mishandelt en hem de diepste verdrukking doet ondergaan, die men “zonde” noemt, wat niet de banale overtreding is van een wet, maar het  mislukken van het leven en een toestand van slavernij (cf Joh 8,34), (2). Zonde is uiteindelijk het ego in het spreken en handelen. “Ik wil dit doen en het kan me niet schelen dat er grenzen zijn, dat er een gebod is, en ook niet of er liefde is.”

Het ego, denken we bijvoorbeeld aan de hartstochten van de mens: iemand die gulzig is, ontuchtig, gierig, opvliegend, lui, hoogmoedig – enz. – zij zijn slaven van hun ondeugd, die hen tiranniseert en kwelt. Voor een gulzig iemand is er geen adempauze, want gulzigheid is de hypocrisie van de maag, die vol is maar ons doet geloven dat zij leeg is. Een hypocriete maag maakt ons gulzig. Wij zijn slaaf van een hypocriete maag. Voor een gulzigaard en een ontuchtige die van genoegens moeten leven, is er geen rust; de angst omtrent bezit vernietigt een gierigaard die altijd geld opstapelt en anderen kwaad berokkent; het vuur van de opvliegendheid en de worm van de jaloezie ruïneren relaties. Schrijvers zeggen dat jaloezie het lichaam en de ziel vergelen, zoals iemand met hepatitis: men wordt geel. Jaloerse mensen hebben een gele ziel, omdat zij nooit een frisse geest kunnen hebben. Jaloezie vernietigt. Acedia, een verzuurd gemoed, dat iedere inspanning ontwijkt maakt onbekwaam om te leven; het hoogmoedig egocentrisme – van het ego waarover ik sprak – graaft een kloof tussen hem en de anderen.

Dierbare broeders en zusters, wie is dan de echte slaaf? Wie is het die geen rust kent? Degene die niet in staat is lief te hebben! En al die ondeugden, die zonden, dat egoïsme, houden ons ver van de liefde en maken ons onbekwaam om lief te hebben. Wij zijn slaaf van onszelf en wij kunnen niet liefhebben want liefde is altijd op anderen gericht.

Voor ons, christenen, is het derde gebod dat uitnodigt om de rust van de bevrijding te vieren, een profetisch woord van de Heer Jezus dat de innerlijke slavernij van de zonde verbreekt om de mens bekwaam te maken lief te hebben. Ware liefde is ware vrijheid: zij maakt onthecht aan bezittingen, bouwt relaties weer op, weet de naaste op te vangen en naar waarde te schatten, vormt  iedere vermoeidheid om tot een blije gave en maakt bekwaam om gemeenschap te vormen. Liefde maakt ook vrij in de gevangenis, zelfs degenen die zwak en beperkt zijn. Het is de vrijheid die wij van onze Verlosser, de Heer Jezus Christus, krijgen.

[1] Cf. Catechismus van de Katholieke Kerk, 1733: “De keuze voor ongehoorzaamheid en voor het kwaad is een misbruik van de vrijheid en leidt tot de “slavernij van de zonde”.

[2] Cf. Catechismus van de Katholieke Kerk, 1739: “De menselijke vrijheid is eindig en feilbaar. De mens heeft werkelijk gefaald. Vrijwillig heeft hij gezondigd. Door het liefdesplan van God te weigeren, heeft hij zichzelf bedrogen; hij is slaaf geworden van de zonde. Deze eerste vervreemding heeft een menigte andere doen ontstaan. De geschiedenis van de mensheid getuigt vanaf haar oorsprong van de kwalen en de verdrukkingen, die voortgekomen zijn uit het hart van de mens, als gevolg van een slecht gebruik van zijn vrijheid.”

 

Terug naar overzicht
By | 2018-09-12T21:35:53+00:00 12 september 2018|Geen categorie|0 Comments