Wie Jezus ontmoet, verandert van weg

6-1-2019 Angelus – Wie Jezus ontmoet, verandert van weg

Zoals de wijzen, “telkens een man of vrouw Jezus ontmoet, verandert men zijn weg, keert men op een andere manier terug naar het leven”, zegt paus Franciscus op het feest van de Openbaring. “Het heil dat God in Christus aanbiedt, is voor alle mensen, dichtbij en veraf” en het is niet mogelijk “zich dit Kind toe te eigenen: Het is een gave voor iedereen”. De paus nodigt de menigte uit zich te laten “verlichten door het licht van Christus dat uit Betlehem komt”: “sluiten wij ons hart niet door onze angsten, maar hebben wij de moed ons voor dit zachte en bescheiden licht open te stellen”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag, hoogfeest van de Openbaring des Heren, is het feest waarop Jezus zich, gesymboliseerd door licht, kenbaar maakt. In de profetische teksten wordt dit licht beloofd. Jesaja richt zich namelijk tot Jeruzalem met deze woorden: “Sta op, laat het licht u beschijnen, Jeruzalem, want de Zon gaat over u op en de glorie van de Heer begint over u te schijnen” (60,1). De uitnodiging van de profeet lijkt verrassend, want zij situeert zich daags na de zware ballingschap en de vele kwellingen die het volk verduurd had. Deze uitnodiging klinkt ook vandaag voor ons die de Geboorte van Jezus gevierd hebben en moedigt ons aan op te staan, het licht van Betlehem toe te laten. Ook wij worden uitgenodigd niet te blijven stilstaan bij de uiterlijke tekens van dit gebeuren, maar van Hem weg te gaan om onze weg als mens en gelovige te vervolgen als een nieuw leven.

Het licht dat de profeet Jesaja had aangekondigd, is in het Evangelie aanwezig en werd ontmoet. Het is Jezus, die in Betlehem, in de stad van David, geboren werd. Hij is het heil komen brengen aan mensen dichtbij en veraf, aan iedereen. De evangelist Matteüs toont verschillende manieren om Christus te ontmoeten en op Zijn aanwezigheid te reageren. Herodes bijvoorbeeld, en de schriftgeleerden van Jeruzalem, zij hebben een stenen hart, het is hardnekkig en wijst het bezoek van dit Kind af. Dat is een mogelijkheid: zich afsluiten voor het licht. Zij vertegenwoordigen al degenen die ook vandaag, bang zijn voor de komst van Jezus en die hun hart sluiten voor de broeders en zusters die hulp nodig hebben. Herodes is bang om de macht te verliezen en denkt niet aan wat echt goed is voor de mensen, maar aan zijn eigenbelang. De schriftgeleerden en leiders van het volk zijn bang omdat zij er niet in slagen verder te kijken dan hun zekerheden en het nieuwe in Jezus te vatten.

De ervaring van de wijzen is integendeel heel anders (cf. Mt 2,1-12). Uit het Oosten gekomen, vertegenwoordigen zij alle volken die ver staan van het traditionele joodse geloof. En toch laten zij zich door de ster leiden en beginnen een lange en gevaarlijke reis om ter bestemming te geraken en de waarheid over de Messias te kennen. De wijzen stonden open voor het nieuwe en het is aan hen dat zich de grootste en meest verrassende nieuwigheid van de geschiedenis openbaart: God die mens wordt. De wijzen vallen zij voor Jezus neer op hun knieën en bieden Hem symbolische gaven aan: goud, wierook en mirre. Want de zoektocht naar de Heer impliceert niet alleen volharding onderweg maar ook edelmoedigheid van hart. En tenslotte, keren zij terug naar “hun land” (v. 12). Het Evangelie zegt dat zij er langs “een andere weg” naartoe gaan. Broeders en zusters, telkens een man of vrouw Jezus ontmoet, verandert men van weg, men keert op een andere manier naar het leven terug, men keert nieuw terug, “langs een andere weg”. Zij komen in hun land met het mysterie van deze nederige en arme Koning in hen en wij kunnen ons voorstellen dat zij aan iedereen hun ervaring hebben verteld: het heil dat God in Christus aanbiedt is voor alle mensen, dichtbij en veraf. Het is niet mogelijk zich dit Kind toe te eigenen: Het is een gave voor iedereen.

Maken ook wij het een beetje stil in ons hart en laten wij ons verlichten door het licht van Christus dat uit Betlehem komt. Sluiten wij ons hart niet door onze angsten, maar laat ons de moed hebben ons voor dit zachte en bescheiden licht open te stellen. Dan zullen wij zoals de wijzen vervuld zijn van een “overgrote vreugde” (v. 10) die wij niet voor ons kunnen houden. Moge de Maagd Maria, de Ster die ons naar Jezus leidt, en de Moeder die Jezus toont aan de wijzen en aan iedereen die Haar nadert, ons op deze weg tot steun zijn.

Terug naar overzicht
By |2019-01-10T20:47:45+01:00 8 januari 2019|Woord van de paus|0 Comments