21-8-2019 Audiëntie – “Zij bezaten alles gemeenschappelijk”

“Ledematen zijn van het lichaam van Christus maakt gelovigen medeverantwoordelijk voor elkaar”, zegt paus Franciscus. Inderdaad, “de band met Christus legt een daarmee gelijklopende band tussen de broeders en drukt zich ook uit door het delen van bezit. Ja, deze manier van samen zijn, deze manier om elkaar te beminnen, gaat tot in de geldbeugel”. Dat is het “teken dat uw hart zich bekeert”, “wanneer bekering tot in de geldbeugel gaat, wanneer zij ons eigenbelang raakt”.
Paus Franciscus gaat verder met de catechese over de Handelingen van de Apostelen. Hij geeft commentaar bij de uitdrukking “zij bezaten alles gemeenschappelijk” (Hand 4,32). Hoe ziet men “dat men vrijgevig is voor anderen”? “Als men de zwaksten, de armsten helpt.”
De paus waarschuwt tegen “een leven dat afgestemd is op winst en het voordeel uit situaties ten koste van anderen”, zoals dat van Ananias en zijn vrouw Saffira. Hij klaagt de hypocrisie aan, het egoïsme, het gebrek aan “oprechtheid in het delen”. Het is zich gedragen “als een toerist”: “er zijn veel toeristen in de Kerk, op doorreis, maar zij gaan de Kerk niet binnen: het is een geestelijk toerisme dat hen doet geloven dat zij christen zijn terwijl zij slechts toeristen zijn in de catacomben”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!
De christengemeenschap ontstaat uit de overvloedige uitstorting van de Heilige Geest en groeit dank zij de gist van het delen onder broeders en zusters in Christus. Er bestaat een dynamiek van solidariteit die de Kerk opbouwt als familie van God, waarbij de ervaring van de koinonia centraal is. Wat betekent dit woord? Het is een Grieks woord dat “delen” betekent, als een gemeenschap zijn, niet geïsoleerd. Dat is de ervaring van de eerste christengemeenschap, namelijk “delen, meedelen, deelnemen”, zich niet isoleren. In de eerste Kerk verwijst deze koinonia, deze gemeenschap, vooreerst naar de deelname aan het Lichaam en Bloed van Christus. Wanneer wij de Communie ontvangen, zeggen wij dus dat wij “communiceren”, wij treden in gemeenschap met Jezus en van deze gemeenschap met Jezus komen wij tot gemeenschap met onze broeders en zusters. En deze communie van het Lichaam en Bloed van Jezus tijdens de Mis, zet zich om in eenheid met broeders, en bijgevolg ook in wat voor ons het moeilijkste is: ons bezit delen en geld verzamelen voor de moederkerk van Jeruzalem (cf Rom 12,13; 2 Kor 8-9) en andere Kerken. Wil u weten of u een goed christen bent, dan moet u bidden, te communie gaan, het sacrament van de verzoening ontvangen. Maar het teken dat uw hart zich bekeerd heeft, is dat de bekering tot in de geldbeugel gaat, wanneer zij ons eigenbelang raakt: daaraan ziet men of iemand vrijgevig is voor anderen, of men de zwaksten, de armsten helpt: wanneer bekering tot daar komt, kunt ge zeker zijn dat de bekering echt is.

Het Eucharistisch leven, de gebeden, de prediking van de apostelen en de ervaring gemeenschap te zijn (cf Hand 2,42), maken van de gelovigen een menigte personen die volgens het boek der Handelingen van de Apsotelen, “één van hart en één van ziel” zijn en die hun bezit niet als hun eigendom beschouwen, maar die alles gemeenschappelijk bezitten (cf Hand 4,32). Het is een zeer sterk levensmodel dat ons helpt vrijgevig te zijn, en niet gierig. Daarom, zo gaat het verhaal verder, “was er geen enkele noodlijdende onder hen, omdat allen die landerijen of huizen bezaten, deze verkochten en de opbrengst ervan meebrachten om aan de voeten van de apostelen neer te leggen. Aan ieder werd daarvan uitgedeeld naar zijn behoefte” (cf Hand 4,34-35). De Kerk heeft het gebaar altijd nagebootst van christenen, die zich ontdeden van wat zij te veel hadden, van wat niet noodzakelijk is, om het te geven aan wie het nodig hebben. En niet alleen geld, maar ook tijd. Zoveel christenen – uzelf bijvoorbeeld, hier in Italië – zoveel christenen doen vrijwilligerswerk! Maar dat is heel mooi! Dat is gemeenschap, mijn tijd met anderen delen, om wie in nood zijn te helpen. En zo ook vrijwilligerswerk, werken van naastenliefde, ziekenbezoek; men moet altijd met anderen delen zonder alleen zijn eigen belang te zoeken. De gemeenschap of koinonia wordt zo de nieuwe modaliteit voor de relatie tussen de leerlingen van de Heer. Christenen doen de ervaring op van een nieuwe modaliteit om onder elkaar te zijn, om zich te gedragen. En dat is de echt christelijke modaliteit, zodat de heidenen naar christenen keken, zeggend: “zie hoe ze elkaar beminnen!”. Liefde was de modaliteit. Geen liefde met woorden alleen, geen geveinsde liefde, maar liefde metterdaad, onderlinge hulp, concrete liefde, de concrete dimensie van de liefde. De band met Christus legt een daarmee gelijklopende band tussen de broeders en drukt zich ook uit door het delen van bezit. Ja, deze manier van samen zijn, deze manier om elkaar te beminnen, gaat tot in de geldbeugel, leidt ertoe dat men zich ook ontdoet van geld, wanneer het een obstakel is, om het aan anderen te geven, tegen zijn eigenbelang in. Ledematen zijn van het lichaam van Christus, maakt gelovigen medeverantwoordelijk voor elkaar. In Jezus geloven, maakt ons allen medeverantwoordelijk voor elkaar. “Zie hem eens, zijn probleem – dat interesseert mij niet, dat is zijn zaak.” Nee, onder christenen mogen wij niet zeggen: “de sukkelaar, hij zit met een probleem, er zijn moeilijkheden in het gezin”. Ik moet bidden, hem bij mij nemen, niet onverschillig zijn.

Dat is christen zijn. Daarom ondersteunen de sterken de zwakken (cf Rom 15,1) en niemand lijdt gebrek, en wordt niet vernederd door gebrek en zijn menselijke waardigheid lijdt er niet onder, omdat zij deze gemeenschapsgeest beleven: één van hart zijn. Zij houden van elkaar. Dat is het teken: concrete liefde. Jakobus, Petrus en Johannes, die als apostelen, de drie zuilen van de Kerk van Jeruzalem zijn, beslissen in gemeenschap dat Paulus en Barnabas de heidenen zullen evangeliseren terwijl zij de joden evangeliseren, en zij wijzen Paulus en Barnabas alleen op de voorwaarde daarvan: de armen niet vergeten, aan de armen denken (cf Gal 2,9-10). Niet alleen materieel armen, maar ook spiritueel armen, mensen met problemen en mensen die nabijheid nodig hebben. Een christen treedt altijd uit zichzelf, uit zijn hart, en nadert de anderen zoals Jezus genaderd is. Dat is de eerste christengemeenschap. Een concreet voorbeeld van delen en gemeenschap van bezit, komt tot ons door het getuigenis van Barnabas: hij bezit veld en verkoopt het om de opbrengst ervan aan de apostelen te geven (cf Hand 4,36-37). Maar naast zijn positief voorbeeld, is er een ander, dat bedroevend negatief is: Ananias en zijn vrouw Saffira die een stuk grond verkochten en slechts een deel van de opbrengst aan de apostelen geven en een deel voor zich houden (cf Hand 5,1-2). Dit bedrog verbreekt de ketting van onbaatzuchtige mededeelzaamheid, serene, belangloze mededeelzaamheid, en de gevolgen zijn tragisch, fataal (cf 5,5-10).

De apostel Petrus ontmaskert de fout van Ananias en zijn vrouw en zegt hem: “Ananias, waarom heeft de satan bezit genomen van uw hart, zodat ge de heilige Geest bedriegt en van de opbrengst van uw land iets achterhoudt? … Ge hebt niet tegen mensen gelogen, maar tegen God” (5,3-4). Wij zouden mogen zeggen dat Ananias tegen God gelogen heeft door zijn geïsoleerd geweten, een hypocriet geweten, dat wil zeggen een ‘onderhandeld’ lidmaatschap van de Kerk, dat slechts ten dele en opportunist is. Hypocrisie is de ergste vijand van een christengemeenschap, van christelijke liefde: doen alsof men liefheeft doch zijn eigenbelang zoeken. Gebrek aan oprechtheid in het daadwerkelijk delen, of liegen over de oprechtheid van de liefde, betekent hypocriet worden, zich van de waarheid verwijderen, egoïstisch worden, het vuur van de gemeenschap doven en zich aan de innerlijke dood overgeven.

Wie zich zo gedraagt, leeft in de Kerk als een toerist. Er zijn veel toeristen in de Kerk, op doorreis, maar zij gaan de Kerk niet binnen: het is een geestelijk toerisme dat hen doet geloven dat zij christen zijn terwijl zij slechts toeristen zijn in de catacomben. Wij mogen geen toeristen zijn in de Kerk, maar moeten broeders zijn voor elkaar. Een leven dat afgestemd is op winst en het voordeel uit situaties ten koste van anderen, wekt onvermijdelijk de innerlijke dood. En hoeveel mensen zeggen dicht bij de Kerk te staan, bevriend te zijn met priesters en bisschoppen, terwijl zij slechts hun eigenbelang zoeken! Hypocrisie vernietigt de Kerk!

Moge de Heer – dat vraag ik voor ieder van ons – Zijn Geest van tederheid over ons uitstorten, die iedere hypocrisie overwint en die deze waarheid brengt die christelijke solidariteit voedt; verre van sociale bijstand te zijn, is dat de niet te omzeilen aard van de Kerk, de zeer tedere moeder van allen, vooral van de armsten.

Terug naar overzicht