14-7-2019 Angelus – Zoals de barmhartige Samaritaan medelijden voelen en groeien in medelijden
De bekwaamheid tot medelijden is de toetssteen van de christen geworden

“Medelijden voelen en groeien in medelijden”: is de genade die paus Franciscus uitnodigt te vragen. De paus gaf commentaar bij de parabel van de barmhartige Samaritaan en insisteert op het feit dat ongelovigen medelijden betonen en goed doen, waar gelovigen soms de blik afwenden. De paus wijst op medelijden als de “sleutel” van een leven volgens Gods wil: “Bekwaam zijn tot medelijden, dat is de sleutel. Dat is onze sleutel”.

Dierbare broeders en zusters, goeie dag!

Vandaag presenteert het Evangelie ons de bekende parabel van de barmhartige Samaritaan (Lc 10,25-37). Ondervraagd door een wetgeleerde over wat noodzakelijk is om het eeuwig leven te erven, nodigt Jezus hem uit het antwoord te vinden in de Schriften: “Gij zult de Heer uw God beminnen met geheel uw hart en met geheel uw ziel, met al uw krachten en geheel uw verstand; en uw naaste gelijk uzelf” (v. 27). Maar er waren verschillende interpretaties van wat moest verstaan worden onder “naaste”. Inderdaad, deze man vraagt nog: “En wie is dan mijn naaste?” (v. 29). In dit stadium, antwoordt Jezus met een parabel, deze mooie parabel: ik nodig u allen uit het Evangelie van vandaag te nemen, het Evangelie volgens Lucas hoofdstuk 10, vers 25. Het is één van de mooiste parabels uit het Evangelie. En deze parabel is een voorbeeld van het christenleven geworden. Zij is een voorbeeld geworden van hoe een christen moet handelen. Dank zij de evangelist Lucas, hebben wij deze schat.

Het hoofdpersonage van dit korte verhaal is een Samaritaan, die op de weg een man tegenkomt die bestolen en geslagen werd door rovers en die zorg voor hem draagt. We weten dat de joden Samaritanen minachtend bejegenden: zij beschouwden hen als vreemden voor het uitverkoren volk. Het is dus geen toeval dat Jezus een Samaritaan als positief personage kiest in de parabel. Zo wil Hij vooroordelen overstijgen, en tonen dat zelfs een vreemdeling, zelfs iemand die de ware God niet kent en niet in Zijn Tempel komt, in staat is zich volgens Zijn wil te gedragen, door medelijden te voelen met zijn broeder in nood en door hem alle mogelijke hulp te bieden waarover hij beschikt.

Op dezelfde weg, waren voor de Samaritaan, reeds een priester en een leviet voorbij gekomen, dat wil zeggen mensen die gewijd zijn aan de eredienst voor God. Maar wanneer zij die arme man op de grond zien liggen, gingen zij door zonder te stoppen, waarschijnlijk om niet besmet te worden door zijn bloed. Zij hadden een mensenwet – niet besmet worden door bloed –aan de eredienst verbonden en boven het gebod van God geplaatst, die voor alles barmhartigheid wil.

Jezus geeft dus de Samaritaan tot voorbeeld, juist iemand die het geloof niet heeft! Ook wij, kennen dikwijls mensen, misschien agnostici, die goed doen. Jezus kiest iemand tot voorbeeld die het geloof niet heeft. En deze mens toont door zijn broeder lief te hebben als zichzelf, dat hij God met heel zijn hart en al zijn krachten bemint – de God die hij niet kent! – en hij geeft tegelijk blijk van ware godsdienstigheid en volmenselijkheid.

Na deze zo mooie parabel verteld te hebben, richt Jezus zich opnieuw tot de wetgeleerde die Hem gevraagd had: “Wie is dan mijn naaste?”. En Hij zegt hem: “Wie van deze drie lijkt u de naaste te zijn van de man die in de handen van de rovers gevallen is?”. Op die manier draait Hij de vraag van Zijn gesprekspartner om, en ook ons aller logica. Hij doet ons begrijpen dat niet wij, volgens onze criteria, bepalen wie de naaste is en wie niet, maar het is de mens in nood die herkent wie zijn naaste is, en dat is “die hem barmhartigheid betoond heeft” (v. 37).

Bekwaam zijn tot medelijden, dat is de sleutel. Dat is onze sleutel. Indien gij tegenover een persoon in nood, geen medelijden voelt, als uw hart niet bewogen wordt, wil dat zeggen dat er iets mis is. Pas op, pas op. Laten wij ons niet meeslepen door egoïstische ongevoeligheid. Bekwaamheid tot medelijden is de toetssteen geworden van de christen, of eerder van Jezus’ onderricht: Jezus zelf is het medelijden van de Vader voor ons. Als ge op straat bent en een dakloze ziet liggen en voorbijgaat zonder hem aan te kijken, en denkt: ‘dat komt door de wijn, hij is dronken’, vraag u dan niet af of de man dronken is, maar vraag u af of uw hart niet verstrakt geworden is, of uw hart niet als ijs geworden is.

Dit besluit wijst erop dat barmhartigheid voor een mensenleven in nood, het ware gelaat van de liefde is. Zo wordt men ware leerlingen van Jezus en manifesteert men het gelaat van de Vader: “Weest barmhartig, zoals uw Vader barmhartig is” (Lc 6,36). En God onze Vader is barmhartig, omdat Hij medelijden heeft; Hij is in staat dit medelijden te hebben, ons nabij te zijn in onze pijn, onze zonde, onze ondeugden, onze ellende.

Moge de Maagd Maria ons helpen begrijpen en vooral steeds meer de onlosmakelijke band helpen beleven die bestaat tussen de liefde voor God onze Vader en de concrete en edelmoedige liefde voor onze broeders en moge Zij ons de genade geven medelijden te hebben en in medelijden te groeien.

Terug naar overzicht