Hoofdstuk 36 OVER DE BROEDERS DIE ZIEK ZIJN

15 maart – 15 juli – 14 november

  1. Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken, zodat ze werkelijk gediend worden als Christus in eigen persoon,
  2. daar deze immers gezegd heeft: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”,
  3. en “Wat gij aan een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan”.
  4. De zieken van hun kant moeten er dan ook aan denken, dat zij ter ere Gods gediend worden, en zij mogen het hun broeders niet moeilijk maken door hun veeleisendheid.
  5. Toch zou men hen dan geduldig moeten verdragen, omdat men bij dit soort mensen een rijker beloning verwerft.
  6. De abt moet derhalve de grootste zorg aan de dag leggen om te voorkomen dat de zieken onder enige verwaarlozing te lijden hebben.
  7. Voor de zieke broeders wordt een afzonderlijk verblijf bestemd met een ziekenverpleger die godvrezend is, dienstvaardig en zorgzaam.
  8. De gelegenheid om een bad te nemen moet de zieken geboden worden, zo vaak dit nodig is; de gezonden, vooral als het jonge broeders zijn, wordt dit minder gemakkelijk toegestaan.
  9. Zelfs het eten van vlees kan aan heel zwakke zieken worden toegestaan om weer op krachten te komen; maar zodra ze weer beter zijn, moeten zij allen zich weer volgens de gewone regel van vlees onthouden.
  10. Met de grootste zorg moet de abt ervoor waken, dat de zieken niet door de kellenaars of de verplegers worden verwaarloosd, want persoonlijk is hij aansprakelijk voor alle tekortkomingen van zijn leerlingen.

Het is treffend dat onze Heilige Vader Benedictus dit hoofdstuk over de zieke broeders begint met te zeggen: Infirmorum cura ante omnia et super omnia adhibenda est, “Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken”. De uitdrukking die Sint Benedictus gebruikt brengt in herinnering wat hij in hoofdstuk XLIII zegt: Ergo nihil operi Dei praeponatur, “Er mag dus niets boven het werk Gods gesteld worden”. De zorg voor de zieken is op haar eigen wijze, opus Dei, het werk van God. Als Sint Benedictus in hoofdstuk XXXI zegt: “Alle gerei en bezit van het klooster moet hij (de kellenaar) beschouwen als vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd is,” vertelt hij ons vandaag, in even zovele woorden dat we de zieke broeders moeten beschouwen als ledematen van het Lichaam van Christus en dat wij net zo voor hen moeten zorgen als we voor het Lichaam van Christus zelf zouden zorgen. Christus Zelf heiligt de zieken onder ons met deze woorden: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”, en nog eens: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan” (Matthew 25:36 en 40).
Dit principe verschoont de zieke broeders niet van het beoefenen van de deugden. De zieken dienen geduldig en dankbaar te reageren op de zorg die hen wordt aangeboden. Het is goed te weten dat, bovenop de lichamelijke ziekte die hen heeft aangetast, zieke mensen kunnen lijden aan een bovenmatige gevoeligheid. Dit kan zieken veeleisend maken, ongeduldig en wispelturig. De twee deugden die een broeder sieren die geveld is door een ziekte zijn geduld en dankbaarheid. Niemand heeft zoveel gelegenheid geduld te oefenen en dankbaar te zijn als de broeder die in de greep van een ziekte is.

Het kan een ernstige verleiding zijn te gaan denken, zelfs stilletjes, dat de monastieke familie beter af zou zijn zonder zieke broeders. Het is een duivelse gedachte als we denken dat de zwakke broeder de regelmaat van de diensten verstoort, hoeveelheden tijd en energie verbruikt en soms de communauteit verhindert een denkbeeldig ideaal van perfectie te bereiken. Het kan heel goed de zieke broeder zijn die, in de ogen van God, het kostbaarste lid is van de communauteit. Een wijze abt zei eens dat wanneer een klooster een nieuwe vestiging sticht, het een ernstige fout zou zijn om alleen monniken te sturen die in de kracht van hun leven zijn, sterk en gezond. Stuur ook altijd, zei deze wijze abt, een oude monnik mee wiens krachten aan het afnemen zijn en een zieke broeder die extra zorg en aandacht nodig heeft.
Om een communauteit van zwakke, kwetsbare en lijdende broeders te willen ontdoen, is hetzelfde als Jezus buiten te sluiten uit een monastieke familie. Hoe groter de zwakte van een broeder is, hoe meer hij Onze Heer vertegenwoordigt in de vernederingen van zijn bitterste Lijden. Het Heilige Gelaat van Jezus en Zijn Hoofd gekroond met doornen worden weerspiegeld in de broeder die schuldloos lijdt en zijn gebrokenheid niet heeft verkozen, maar het verdraagt als iets dat hem van buitenaf werd opgelegd.
Lijden is de zichtbare manifestatie van de verwoestende gevolgen van de zonde. De duivel is lang bezig geweest met het weven van een web van lijden dat de hele wereld bedekt en de draden waarmee dit web is gesponnen zijn de zonden van de mensen die in handen van de duivel zijn gevallen. Waar zonde is, zal lijden zijn: lijden binnen zichzelf, rondom zichzelf en zelfs binnen de onschuldigen over wie het web der zonde is gevallen. “Wie heeft er dan gezondigd, deze man of zijn ouders? “was de vraag die Onze Heer stelde nadat hij het zicht had teruggegeven aan de man die blind geboren was. De zonde die zulk lijden in de wereld brengt is een onzichtbaar web dat zo strak geweven is dat er niemand aan kan ontsnappen, behalve door de hand van Christus en door de kracht van Zijn Bloed en door de deugd van Zijn wonden.
Wij, arme ploeterende mensen die op de een of andere manier getekend zijn door zwakten van geest en lichaam, kunnen, zoals Sint Benedictus in hoofdstuk LXXII zegt, het web van de zonde verbreken dat de wereld in de greep houdt van allerlei soorten lijden. Aan zielen die veel bidden en die hun eigen lijden offeren geeft Onze Heer de kracht om het web van de zonde te breken, om genezing voor de zieken te verkrijgen, verlossing voor hen die geketend zijn, licht voor hen die in duisternis verkeren en troost voor hen die door verdriet worden verteerd. Het web van de duivel zal worden ontrafeld, draad voor draad, tot het uiteindelijk geheel zal zijn vernietigd en de vrede en heerlijkheid van het Koninkrijk Gods de hele aarde zal vervullen.

Terug naar overzicht

Hoofdstuk 36 OVER DE BROEDERS DIE ZIEK ZIJN

15 maart – 15 juli – 14 november

  1. Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken, zodat ze werkelijk gediend worden als Christus in eigen persoon,
  2. daar deze immers gezegd heeft: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”,
  3. en “Wat gij aan een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan”.
  4. De zieken van hun kant moeten er dan ook aan denken, dat zij ter ere Gods gediend worden, en zij mogen het hun broeders niet moeilijk maken door hun veeleisendheid.
  5. Toch zou men hen dan geduldig moeten verdragen, omdat men bij dit soort mensen een rijker beloning verwerft.
  6. De abt moet derhalve de grootste zorg aan de dag leggen om te voorkomen dat de zieken onder enige verwaarlozing te lijden hebben.
  7. Voor de zieke broeders wordt een afzonderlijk verblijf bestemd met een ziekenverpleger die godvrezend is, dienstvaardig en zorgzaam.
  8. De gelegenheid om een bad te nemen moet de zieken geboden worden, zo vaak dit nodig is; de gezonden, vooral als het jonge broeders zijn, wordt dit minder gemakkelijk toegestaan.
  9. Zelfs het eten van vlees kan aan heel zwakke zieken worden toegestaan om weer op krachten te komen; maar zodra ze weer beter zijn, moeten zij allen zich weer volgens de gewone regel van vlees onthouden.
  10. Met de grootste zorg moet de abt ervoor waken, dat de zieken niet door de kellenaars of de verplegers worden verwaarloosd, want persoonlijk is hij aansprakelijk voor alle tekortkomingen van zijn leerlingen.

Het is treffend dat onze Heilige Vader Benedictus dit hoofdstuk over de zieke broeders begint met te zeggen: Infirmorum cura ante omnia et super omnia adhibenda est, “Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken”. De uitdrukking die Sint Benedictus gebruikt brengt in herinnering wat hij in hoofdstuk XLIII zegt: Ergo nihil operi Dei praeponatur, “Er mag dus niets boven het werk Gods gesteld worden”. De zorg voor de zieken is op haar eigen wijze, opus Dei, het werk van God. Als Sint Benedictus in hoofdstuk XXXI zegt: “Alle gerei en bezit van het klooster moet hij (de kellenaar) beschouwen als vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd is,” vertelt hij ons vandaag, in even zovele woorden dat we de zieke broeders moeten beschouwen als ledematen van het Lichaam van Christus en dat wij net zo voor hen moeten zorgen als we voor het Lichaam van Christus zelf zouden zorgen. Christus Zelf heiligt de zieken onder ons met deze woorden: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”, en nog eens: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan” (Matthew 25:36 en 40).
Dit principe verschoont de zieke broeders niet van het beoefenen van de deugden. De zieken dienen geduldig en dankbaar te reageren op de zorg die hen wordt aangeboden. Het is goed te weten dat, bovenop de lichamelijke ziekte die hen heeft aangetast, zieke mensen kunnen lijden aan een bovenmatige gevoeligheid. Dit kan zieken veeleisend maken, ongeduldig en wispelturig. De twee deugden die een broeder sieren die geveld is door een ziekte zijn geduld en dankbaarheid. Niemand heeft zoveel gelegenheid geduld te oefenen en dankbaar te zijn als de broeder die in de greep van een ziekte is.

Het kan een ernstige verleiding zijn te gaan denken, zelfs stilletjes, dat de monastieke familie beter af zou zijn zonder zieke broeders. Het is een duivelse gedachte als we denken dat de zwakke broeder de regelmaat van de diensten verstoort, hoeveelheden tijd en energie verbruikt en soms de communauteit verhindert een denkbeeldig ideaal van perfectie te bereiken. Het kan heel goed de zieke broeder zijn die, in de ogen van God, het kostbaarste lid is van de communauteit. Een wijze abt zei eens dat wanneer een klooster een nieuwe vestiging sticht, het een ernstige fout zou zijn om alleen monniken te sturen die in de kracht van hun leven zijn, sterk en gezond. Stuur ook altijd, zei deze wijze abt, een oude monnik mee wiens krachten aan het afnemen zijn en een zieke broeder die extra zorg en aandacht nodig heeft.
Om een communauteit van zwakke, kwetsbare en lijdende broeders te willen ontdoen, is hetzelfde als Jezus buiten te sluiten uit een monastieke familie. Hoe groter de zwakte van een broeder is, hoe meer hij Onze Heer vertegenwoordigt in de vernederingen van zijn bitterste Lijden. Het Heilige Gelaat van Jezus en Zijn Hoofd gekroond met doornen worden weerspiegeld in de broeder die schuldloos lijdt en zijn gebrokenheid niet heeft verkozen, maar het verdraagt als iets dat hem van buitenaf werd opgelegd.
Lijden is de zichtbare manifestatie van de verwoestende gevolgen van de zonde. De duivel is lang bezig geweest met het weven van een web van lijden dat de hele wereld bedekt en de draden waarmee dit web is gesponnen zijn de zonden van de mensen die in handen van de duivel zijn gevallen. Waar zonde is, zal lijden zijn: lijden binnen zichzelf, rondom zichzelf en zelfs binnen de onschuldigen over wie het web der zonde is gevallen. “Wie heeft er dan gezondigd, deze man of zijn ouders? “was de vraag die Onze Heer stelde nadat hij het zicht had teruggegeven aan de man die blind geboren was. De zonde die zulk lijden in de wereld brengt is een onzichtbaar web dat zo strak geweven is dat er niemand aan kan ontsnappen, behalve door de hand van Christus en door de kracht van Zijn Bloed en door de deugd van Zijn wonden.
Wij, arme ploeterende mensen die op de een of andere manier getekend zijn door zwakten van geest en lichaam, kunnen, zoals Sint Benedictus in hoofdstuk LXXII zegt, het web van de zonde verbreken dat de wereld in de greep houdt van allerlei soorten lijden. Aan zielen die veel bidden en die hun eigen lijden offeren geeft Onze Heer de kracht om het web van de zonde te breken, om genezing voor de zieken te verkrijgen, verlossing voor hen die geketend zijn, licht voor hen die in duisternis verkeren en troost voor hen die door verdriet worden verteerd. Het web van de duivel zal worden ontrafeld, draad voor draad, tot het uiteindelijk geheel zal zijn vernietigd en de vrede en heerlijkheid van het Koninkrijk Gods de hele aarde zal vervullen.

Terug naar overzicht

Hoofdstuk 36 OVER DE BROEDERS DIE ZIEK ZIJN

15 maart – 15 juli – 14 november

  1. Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken, zodat ze werkelijk gediend worden als Christus in eigen persoon,
  2. daar deze immers gezegd heeft: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”,
  3. en “Wat gij aan een van deze geringsten hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan”.
  4. De zieken van hun kant moeten er dan ook aan denken, dat zij ter ere Gods gediend worden, en zij mogen het hun broeders niet moeilijk maken door hun veeleisendheid.
  5. Toch zou men hen dan geduldig moeten verdragen, omdat men bij dit soort mensen een rijker beloning verwerft.
  6. De abt moet derhalve de grootste zorg aan de dag leggen om te voorkomen dat de zieken onder enige verwaarlozing te lijden hebben.
  7. Voor de zieke broeders wordt een afzonderlijk verblijf bestemd met een ziekenverpleger die godvrezend is, dienstvaardig en zorgzaam.
  8. De gelegenheid om een bad te nemen moet de zieken geboden worden, zo vaak dit nodig is; de gezonden, vooral als het jonge broeders zijn, wordt dit minder gemakkelijk toegestaan.
  9. Zelfs het eten van vlees kan aan heel zwakke zieken worden toegestaan om weer op krachten te komen; maar zodra ze weer beter zijn, moeten zij allen zich weer volgens de gewone regel van vlees onthouden.
  10. Met de grootste zorg moet de abt ervoor waken, dat de zieken niet door de kellenaars of de verplegers worden verwaarloosd, want persoonlijk is hij aansprakelijk voor alle tekortkomingen van zijn leerlingen.

Het is treffend dat onze Heilige Vader Benedictus dit hoofdstuk over de zieke broeders begint met te zeggen: Infirmorum cura ante omnia et super omnia adhibenda est, “Vóór alles en boven alles moet men zorg dragen voor de zieken”. De uitdrukking die Sint Benedictus gebruikt brengt in herinnering wat hij in hoofdstuk XLIII zegt: Ergo nihil operi Dei praeponatur, “Er mag dus niets boven het werk Gods gesteld worden”. De zorg voor de zieken is op haar eigen wijze, opus Dei, het werk van God. Als Sint Benedictus in hoofdstuk XXXI zegt: “Alle gerei en bezit van het klooster moet hij (de kellenaar) beschouwen als vaatwerk dat aan de altaardienst gewijd is,” vertelt hij ons vandaag, in even zovele woorden dat we de zieke broeders moeten beschouwen als ledematen van het Lichaam van Christus en dat wij net zo voor hen moeten zorgen als we voor het Lichaam van Christus zelf zouden zorgen. Christus Zelf heiligt de zieken onder ons met deze woorden: “Ik was ziek en gij hebt Mij bezocht”, en nog eens: al wat gij gedaan hebt voor een dezer geringsten van mijn broeders
hebt gij voor Mij gedaan” (Matthew 25:36 en 40).
Dit principe verschoont de zieke broeders niet van het beoefenen van de deugden. De zieken dienen geduldig en dankbaar te reageren op de zorg die hen wordt aangeboden. Het is goed te weten dat, bovenop de lichamelijke ziekte die hen heeft aangetast, zieke mensen kunnen lijden aan een bovenmatige gevoeligheid. Dit kan zieken veeleisend maken, ongeduldig en wispelturig. De twee deugden die een broeder sieren die geveld is door een ziekte zijn geduld en dankbaarheid. Niemand heeft zoveel gelegenheid geduld te oefenen en dankbaar te zijn als de broeder die in de greep van een ziekte is.

Het kan een ernstige verleiding zijn te gaan denken, zelfs stilletjes, dat de monastieke familie beter af zou zijn zonder zieke broeders. Het is een duivelse gedachte als we denken dat de zwakke broeder de regelmaat van de diensten verstoort, hoeveelheden tijd en energie verbruikt en soms de communauteit verhindert een denkbeeldig ideaal van perfectie te bereiken. Het kan heel goed de zieke broeder zijn die, in de ogen van God, het kostbaarste lid is van de communauteit. Een wijze abt zei eens dat wanneer een klooster een nieuwe vestiging sticht, het een ernstige fout zou zijn om alleen monniken te sturen die in de kracht van hun leven zijn, sterk en gezond. Stuur ook altijd, zei deze wijze abt, een oude monnik mee wiens krachten aan het afnemen zijn en een zieke broeder die extra zorg en aandacht nodig heeft.
Om een communauteit van zwakke, kwetsbare en lijdende broeders te willen ontdoen, is hetzelfde als Jezus buiten te sluiten uit een monastieke familie. Hoe groter de zwakte van een broeder is, hoe meer hij Onze Heer vertegenwoordigt in de vernederingen van zijn bitterste Lijden. Het Heilige Gelaat van Jezus en Zijn Hoofd gekroond met doornen worden weerspiegeld in de broeder die schuldloos lijdt en zijn gebrokenheid niet heeft verkozen, maar het verdraagt als iets dat hem van buitenaf werd opgelegd.
Lijden is de zichtbare manifestatie van de verwoestende gevolgen van de zonde. De duivel is lang bezig geweest met het weven van een web van lijden dat de hele wereld bedekt en de draden waarmee dit web is gesponnen zijn de zonden van de mensen die in handen van de duivel zijn gevallen. Waar zonde is, zal lijden zijn: lijden binnen zichzelf, rondom zichzelf en zelfs binnen de onschuldigen over wie het web der zonde is gevallen. “Wie heeft er dan gezondigd, deze man of zijn ouders? “was de vraag die Onze Heer stelde nadat hij het zicht had teruggegeven aan de man die blind geboren was. De zonde die zulk lijden in de wereld brengt is een onzichtbaar web dat zo strak geweven is dat er niemand aan kan ontsnappen, behalve door de hand van Christus en door de kracht van Zijn Bloed en door de deugd van Zijn wonden.
Wij, arme ploeterende mensen die op de een of andere manier getekend zijn door zwakten van geest en lichaam, kunnen, zoals Sint Benedictus in hoofdstuk LXXII zegt, het web van de zonde verbreken dat de wereld in de greep houdt van allerlei soorten lijden. Aan zielen die veel bidden en die hun eigen lijden offeren geeft Onze Heer de kracht om het web van de zonde te breken, om genezing voor de zieken te verkrijgen, verlossing voor hen die geketend zijn, licht voor hen die in duisternis verkeren en troost voor hen die door verdriet worden verteerd. Het web van de duivel zal worden ontrafeld, draad voor draad, tot het uiteindelijk geheel zal zijn vernietigd en de vrede en heerlijkheid van het Koninkrijk Gods de hele aarde zal vervullen.

Terug naar overzicht